De Nachtmis 2016

DOOR

Peter van Rooijen, Jan-Paul Buijs, Ellen Parren, Thomas Spijkerman, Wilko Sterke, Frank van Kasteren, Rein Mulder, Polle Vrienten, Maarten Heijmans, Sjaan Duinhoven, Ralf Pouw, Joost Wesseling en Jacobus den Herder

REGIE

Joost van Hezik

VORMGEVING

Janne Sterke

FOTO

Joost de Haas

PRODUCTIE

Nadin Topal

PR & MARKETING

Henriëtte Olland en Emile Zeldenrust (online)

ZAKELIJKE LEIDING

Ellen van Bunnik (’n More)

MET DANK AAN

AFK, Rabobank Amsterdam, Compagnietheater, Prins Bernhard Cultuurfonds Noord-Holland, Huize Hermans

TE ZIEN: 24 DECEMBER 2016 – Compagnietheater Amsterdam

Een seculiere, muzikale, theatrale kerstnacht in het Compagnietheater in Amsterdam.

Voor de zesde maal brengen we onze Circus Treurdier Nachtmis.
Op humoristische en muzikale wijze gaan we met ons publiek op zoek naar de kerstgedachte anno nu.
Niet religieus, maar wel vol bezinning, saamhorigheid en melancholie.
Er is een nieuw kerstspel, een jongenskoor, een preek, noem maar op en na afloop is er een gezamenlijk nachtelijk kerstontbijt.

TIJDEN

20.30 uur inloop
21.30 uur aanvang nachtmis
23.00 uur einde mis, aanvang kerstontbijt
01.00 uur einde

 

PRIJZEN (incl. kerstontbijt)

normaal tarief € 25,-
studenten (op vertoon van collegekaart) € 20,-

 

 

Preek

Lieve stiefbroeders en stiefzusters,

Wat fijn dat we hier, na drie jaar afwezigheid weer een Nachtmis met elkaar beleven. Wij hebben zelf nog getwijfeld of we deze Nachtmis wel vol zouden krijgen. Nou, dat hebben we geweten. We hebben zelfs op Ticketswap gestaan, waar mensen kaarten kunnen doorverkopen. De droom van Thomas Spijkerman. Onze artistiek leider. Het voelt als lang geleden dat ik u gezien heb. Ik speelde niet mee in de Zwarte Doos en het is daardoor al twee jaar geleden dat ik iets live voor Treurdierpubliek deed. En nu kom ik preken, want zo ben ik ook wel weer.

En in deze preek wil ik met u terugblikken op 2016. Wat niet per se leuk is. Want het was in zeker opzicht, excusez le mot, een kankerjaar. Terwijl het volgens Facebook voor mij juist een topjaar was. Ik heb een huis gekocht met mijn vriendin, in Rotterdam, een belachelijk mooi huis omdat je daar als hardwerkende kunstenaars met amper twee modaal-inkomens nog een beetje mag wonen, in tegenstelling tot deze Efteling die we onze hoofdstad noemen, Madurodam in het groot, vaarwel pretenties, hallo Zuid-Holland. De droom van TreurTeeVee is uitgekomen. Ik heb mijn eerste CD gemaakt, ik ben oom geworden en word dat binnenkort weer. En ik heb meer dan 1000 vrienden.

Maar voor mij was het geen goed jaar. En niet vanwege de uitslag van overzeese verkiezingen, of de aanslagen van radicale groeperingen en individuen of de berichten dat het met ons land en de wereld alleen maar slechter gaat. In augustus overleed, totaal onverwacht, mijn stiefvader Frans, aan een hartstilstand op de fiets in Frankrijk. Het is geen Kerstig verhaal, maar ik wil het toch vertellen. En daarvoor moet ik eerst terug in de tijd. Waar het ook al geen pretje was.

Want toen mijn ouders uit elkaar waren en mijn moeder zestien jaar geleden met mijn stiefvader Frans ging samenwonen, kreeg ik er een hele vervelende familie bij. Een ballerige stiefbroer die advocaat wilde worden, een heel gevoelige stiefzus en dan nog Frans, die heel erg zijn best deed. Zo pijnlijk. Ik had met mijn eigen broertje, een stadsboer van heb ik jou daar, al genoeg verschillen te verwerken, maar nu leek binnen de familie werkelijk niemand meer op elkaar. De eerste vier jaar hebben wij als kinderen besteed aan elkaar en onze ouders kapot maken. Dat moet. Dat hoort zo. Je kan niet een handvol totaal verschillende mensen uit verscheurde gezinnen bij elkaar gooien en dan gezelligheid tevoorschijn pompen alsof je boter karnt.

Daarbij: een boer, een advocaat en een kunstenaar, dat is geen soepele combinatie. Veel geschreeuw en getreiter, tot we voor het eerst samen kwaad werden op iemand anders. Een vriend van mijn broertje vond het nodig om tijdens de vakantie en hele mooie tor die op onze tafel voor de tent was komen zitten, met zijn slipper tot moes te meppen. Toen was iedereen zo kwaad op die jongen. Daar bleek voor het eerst dat we in ieder geval iets gemeen hadden. Het was de aankondiging van een temperende storm en zachter weer was ophanden.

Want omdat we lang bij elkaar waren, mijn stiefbroer, stiefzus, Frans en ik, zagen we elkaar leven en worstelen en groeien. We zagen elkaar eten en opstaan. We zagen elkaar per ongeluk naakt. Ik zag Frans en mijn moeder per ongeluk naakt en ik zag met elkaar trouwen. Frans zag mij verhuizen naar Amsterdam. Hij zag mij afstuderen, ik zag hem gitaar spelen, ik zag hem met pensioen gaan. Ik zag mijn stiefbroer advocaat – en mijn stiefzus zwanger worden. Ik zag mijn broer naar steeds betere banen hoppen. Ik zag hem een huis kopen. Ik zag mijn moeder en Frans van elkaar houden. Ik zag hoe de kerstdiners steeds gezelliger werden en na een lange tijd, tegen mijn verwachtingen in, zonder dat ik wist wanneer het gebeurde, had ik weer een gezinsleven.
De afgelopen paar jaar heb ik het familiegevoel herontdekt. Ik zie mijn ouders ouder worden. Ik besef dat de tijd die ik met ze heb allengs minder wordt. Ik ben nu drieëndertig, ik word zelf ouder en rustiger, dat ook. Ik heb meer geduld, wat in mijn geval erg relatief is kan ik u zeggen, maar ik merk dat ik er liefdevoller van word. Dat de verhalen van mijn ouders, wanneer ik ze rustig aanhoor, mij iets leren over wie zij zijn. Ook als ze ze al tien keer verteld hebben, of als ik het met de moraal niet eens ben. Ik begin mijn ouders te kennen als de mensen die zij zijn. Goede, lieve mensen, in al hun onvolkomenheid. Ook Frans. Om wiens komst ik niet gevraagd had. Die niet mijn vader is. Wiens huis niet mijn ouderlijk huis is. En wiens kinderen niet mijn broer of zus zijn, maar tot wie ik veroordeeld was en met wie ik moest samenleven. Een groot gevecht, veel pijn en moeite.

Maar wat ons uiteindelijk bindt, is het simpele gegeven dat we met elkaar moesten samenleven en daardoor naar elkaar toe groeiden en elkaar begonnen te begrijpen. Zo zijn wij langzaam maar zeker een familie geworden. Eind juli dit jaar was ik voor het eerst in het vakantiehuisje van Frans en mijn moeder, in de Vogezen op het Franse platteland, en het was zo gezellig dat we besloten om in dat huisje met iedereen oud en nieuw te gaan vieren.

Twee weken later begaf Frans zijn hart het en viel hij van zijn fiets. Hij landde vlak naast een groot stenen kruis, langs de kant van de weg. Dat was geen toeval. Op het Franse platteland staan ontzettend veel stenen kruizen. Het was een wonder geweest als hij niet naast zo’n kruis terecht was gekomen. Ik werd gebeld door mijn moeder, belde mijn broer en een uur later reden we met z’n allen naar Frankrijk en daar, in de Vogezen, waar we zo gruwelijk verdrietig stonden te zijn, werd duidelijk hoe dicht we bij elkaar waren gekomen. Hoeveel we van onze familie waren gaan houden en dat er geen spraken van is dat wij, nu mijn stiefvader er niet meer, nog uit elkaar zullen gaan. We zien elkaar overmorgen, op tweede kerstdag. Mijn stiefvader is daar voor de eerste keer niet bij en iets zegt me dat het ook niet de laatste keer zal zijn.

Deze gebeurtenis en alles wat daarbij kwam, heeft mijn jaar getekend. En nu, vanavond, zitten wij, u en ik, hier in het Compagnietheater. Tijdens de Nachtmis. Een seculiere Nachtmis. In de ruïnes van een geloof dat nooit het onze is geweest. Boven ons in de wolken staat de lege troon van God. En buiten stikt het van mensen waar we niks mee te maken willen hebben.
De wereld is een immens complex samengesteld gezin, dat sinds de Dood van God geen ouders meer heeft. Dat het huis kleiner ziet worden en vol ziet lopen met mensen die elkaar niet begrijpen en nooit vrienden zullen worden en wel tot elkaar veroordeeld zijn. We kunnen nergens anders heen. En we zijn, in meerdere of mindere mate, allemaal bang voor elkaar.

Ik begrijp dat dit allemaal niet zo zonnig klinkt. Maar ik ben vast niet de enige die dit een pittig jaar vond. Het is ook niets nik wat er allemaal gebeurt. Er is in de wereld zoveel stoms aan de hand. Ik word er een beetje boos van.

Al die mafkezen die de hele tijd van die ongelooflijke lulkoek verkopen. Op TV, waar iedereen kan zien hoe idioot ze zijn. Maar dat maakt niet uit, want meer dan de helft van Nederland is zelf idioot. Het barst van de eikels, het lijkt wel herfst. Het barst van het racisme, maar niemand vindt zichzelf racistisch. Ouders weten niet meer wat opvoeden is en dat is vooral te zien aan andermans kinderen.
Waarom heb ik het gevoel dat ik blij moet zijn dat ik in dit land mag wonen? Ik veracht de mensen die mij weg willen hebben. Mensen die tekeergaan tegen de multiculturele elite. Ik heb m’n basisschool en m’n middelbaren school niet afgemaakt, maar door een kronkel in het hoofd van pratend Nederland behoor ik ineens tot de multiculturele elite. Straks moet ik van dat achterlijke electoraat opbokken naar ik weet niet wat voor kutland waar ze geen Nederlands spreken (of juist wel) en dat krijg ik dan medegedeeld in een brief met wel twintig taalfouten erin! Domme mensen hebben dan misschien dezelfde gevoelens als slimme mensen, ze zijn vaak te imbeciel om te begrijpen wat ze nou eigenlijk voelen.
PVV’ers moeten niet zo bang zijn voor Marokkanen, net zoals wij niet zo bang zouden moeten zijn voor Marokkanen! “Ja,” denkt u nu, als blanke hoogopgeleide “ja, daar heeft die bruine laagopgeleide wel een punt.”
Een deel van Amerika is zo cynisch geworden, dat ze de vleesgeworden middelvinger tot president hebben verkozen. Lekker bezig jongens! Have some fucking fun.
Engeland is uit de EU gestapt, omdat mensen denken dat dan de Poolse groenteboer dan het land uit wordt gezet. “WHUHUWHU IK WIL UIT DE EU”.
In de Filipijnen staat een moordlustige gek aan het roer die zichzelf grijnzend met Hitler vergelijkt.
Aleppo en haar bewoners zijn tot puin geschoten!
En het einde van de wereld is dit jaar vaker aangekondigd dan Marc-Marie Huibregts bij De Wereld Draait Door.
En daartussen zat het nep-nieuws! Het nep-nieuws! We zijn de waarheid voorbij! Volgens sommige mensen leven we in het Post-Truth Tijdperk. Dat kan niet waar zijn! En als het wel waar is, als er geen feiten meer zijn, wat gaan we dan doen? Geloven? Zie je dat gebeuren? Zie je ongelovige mensen zich ergens verzamelen om het onbegrijpelijke invoelbaar te maken? Kom nou, dat is niet gezond. Als de Vrije Geesten gaan radicaliseren, dan is je land pas ziek.

Waarom zijn we hier vanavond in Niksnaam? Deugen onze motieven? Zijn we te laf om te geloven in het Ongelooflijke? Proberen we hier de religie zo dicht mogelijk te benaderen, zonder zelf daadwerkelijk religieus te worden? Alsof we op ieder feestje de rookwalmen van de feestgangers die nog wel roken staan op te snuiven? Of zijn wij best wel griezelig bezig?
We geloven in de pers, we geloven in geld, we geloven in de wetenschap, sommigen geloven in de woorden van de meest destructieve retoricus van de afgelopen twaalf jaar en die Goden blijken net zo onbetrouwbaar als hun voorganger. Mensen die fanatisme en bekrompenheid bestrijden met eenzelfde fanatisme en eenzelfde bekrompenheid. En u denkt natuurlijk dat ik het over hun heb, maar ik heb het over ons. Over mijzelf. Moet je mij horen brullen hier!
PVV’ers zijn geen aliens! En ze zijn waarschijnlijk ook vanavond hier aanwezig. Sommigen zijn misschien wel bang om dit hardop te zeggen, omdat ze verguisd zullen worden, alsof ze hier in hun eigen land, hun thuis, niet thuishoren.
Ik zeg: weg met het debat! Gelijk proberen te krijgen is niet hetzelfde als elkaar proberen te begrijpen! Weg met de tolerantie! Tolerantie is de superieure genade die wij schenken aan mensen die we eigenlijk niet voor vol aanzien. Luisteren! Luister naar elkaar! Ik voel me net Bassie en Adriaan, de profeten van de jaren 90, uitgelachen om hun simpele boodschappen. Simpele boodschappen haal je bij de Aldi en die zijn van verrassend goeie kwaliteit!
Wil je samen leven met elkaar of niet, daar gaat het om. En het antwoord is: we hebben geen keus. We moeten wel. En verzet daartegen is begrijpelijk, maar op de lange termijn vernietigend. Wederzijdse haat is een ongeluk, waarin twee verschillende liefdes frontaal op elkaar botsen.

Laat u niet verleiden door het gemak van de oordeelzucht. Een muur om je land bouwen is, behalve dat het heel moeilijk is, ook erg makkelijk. Zeggen dat je je deur open moet laten staan en dat alles een kwestie is van kwetsbaarheid, is dat ook. Iemands pijn en verlangen doorgronden, daar is geduld, moeite en opofferingsgezindheid voor nodig en dan komt er misschien een politieke partij die als slogan heeft “Het erg ingewikkeld, maar het wordt beter” en die krijgt dan de meeste zetels.

Ja, we zijn elkaars noodlot. We zijn bij elkaar gegooid en de God die nooit onze God was, onze Stiefvader die in de hemelen zijt, is er niet meer. Maar we zijn met elkaar.
Dat de reden waarom we met elkaar zijn verdwenen of onduidelijk is, maakt ons samenzijn nog niet waardeloos. Het feit dat we samen zijn, is misschien wel genoeg. Het ritueel op zichzelf is waardevol. Zoals een stuk van Bach ook wonderschoon is, als je de religieuze tekst uit het stuk verwijdert. Zolang we maar de tijd nemen om naar de muziek te luisteren.
Misschien gaan we moeilijke tijden tegemoet en misschien zal de zachte strijd de zwaarste zijn en misschien is de bodem diep. Maar, om met Peter-Jan Rens te spreken: Geef nooit op.
We zijn met veel, want we zijn met iedereen. Ik ben heel blij dat jullie er allemaal zijn vanavond. De hel mag dan volgens Sartre de ander zijn, de hemel is dat ook. En de hel is dichtbij en de hemel ver weg, maar als we dan toch ergens in moeten geloven op deze Nachtmis, laten we dan geloven in de hemel.

Ik wens u een hele mooie kerst
en een gelukkig nieuwjaar.

Peter van Rooijen
23 december 2016, Rotterdam

logo-afk-200px   logo-compagnietheater-200px   logo-pbc-200px   

logo-rabobank-200px