NOS op 3, en een Note van Nuance van de Artistiek Leider

Afgelopen week waren we op de vaderlandse televisie.
Bij het programma “NOS op 3”.
De WW voor artiesten wordt afgeschaft en het programma wilde een voorbeeld laten zien van een jong gezelschap dat daar geen last van heeft, en ondanks alle bezuinigingen gewoon zijn beste beentje voorzet, en overleeft.

Circus Treurdier wordt vaker voor zaken met deze thematiek benaderd, en dat is op zich heel erg leuk, want Circus Treurdier IS ook een gezelschap dat ondanks alle bezuinigingen zijn beste beentje voorzet, en een voorbeeld van ondernemerschap is binnen de culturele sector, en daar zijn we ook heel trots op.
Maar anderzijds bekruipt mij altijd een ambivalent gevoel, wanneer wij als een dergelijk gezelschap worden neergezet.
Omdat het een aantal dingen impliceert die niet kloppen, en die een verkeerd beeld geven van wat onze visie hierover is.
Het impliceert dat de bezuinigingen Circus Treurdier niets kan schelen.
Alsof we het er volledig mee eens zijn, en alsof wij van mening zijn dat de kunsten in zijn geheel niet gesubsidieerd hoeft te worden.
Alsof we vinden dat kunstenaars die minder mogelijkheden hebben tot ondernemerschap er niet toe doen, of het verdienen om een ander vak te moeten kiezen.

Maar laat ik hierover heel duidelijk zijn: dat is in zijn geheel niet zo.
Want laat ik even eerlijk zijn: de inkomsten op de grotere projecten van Circus Treurdier bestaan op dit moment nog steeds voor 49% uit subsidiegelden, en dat is inderdaad heel weinig binnen de culturele sector, maar ook nog steeds bijna de helft. Daarnaast had ik Circus Treurdier niet 4 jaar lang kunnen opbouwen op de manier zoals ik dat heb gedaan, als ik geen gebruik had kunnen maken van een WWIK-uitkering (die sinds 1 juli 2012 ook is afgeschaft). Iets dat ik altijd heb gezien als een opstartpremie, zoals die mogelijkheden er ook zijn voor ondernemers in andere sectoren.
Ook kan niet buiten beschouwing worden gelaten dat er bij Circus Treurdier al vijf jaar lang een groep van zo’n 30 mensen dag in dag uit de benen uit hun reet werken om Circus Treurdier tot een succes te maken, dat hun honoraria onder CAO zit (gelukkig zit er ieder jaar groei in), en dat het in de kunstensector helaas altijd zo zal zijn dat mensen die erin werkzaam zijn bereid zijn om veel meer te geven dan dat ze er (financieel) voor terugkrijgen. En dat dat ons juist nog kwetsbaarder maakt dan we al zijn. Omdat de reden waarom we dat doen, maar moeilijk valt uit te leggen. Waardoor “men” altijd kan zeggen: zie je wel, ze redden het ook zonder onze steun. De WW bood, ook voor sommige mensen binnen Circus Treurdier, een mogelijkheid om de eindjes aan elkaar te knopen waardoor ze niet in de kroeg hoefden te gaan werken, maar tijd overhielden die ze konden besteden aan het opbouwen of ontwikkelen van een nieuw project. Maar ook die mogelijkheid valt nu dus weg.

Ik heb ruim een uur met de verslaggever van NOS op 3 gesproken, en dat was een zeer prettig gesprek, waarin we het uitgebreid over de afschaffing van de WW voor artiesten hebben gehad. We hebben het gehad over ondernemerschap, en dat ik vind dat je artistieke producten niet klakkeloos kunt vergelijken met producten waar directe marktwerking op van toepassing is. Je kunt van kunstenaars geen ondernemerschap vragen in een fase dat ze alle focus nodig hebben om hun product of handtekening nog te ontwikkelen.
Daarom ben ik bijvoorbeeld ook fel gekant tegen het verplicht stellen van een vak als cultureel ondernemerschap binnen kunstvakopleidingen. Dat je studenten aan het einde van hun opleiding wel de mogelijkheden biedt om hier wegwijs in te worden, is een ander verhaal, maar dan hebben we het over facultatief aanbod.
Daarnaast kun je niet ieder artistiek product ongelimiteerd kwantificeren. In sommige gevallen devalueert dat het kunstwerk. Als iedereen bij Xenos voor 50 euro een Rodin zou kunnen kopen, wat zou dat dan voor het kunstenaarschap van Rodin betekenen? Een kunstwerk is geen paar schoenen.

Wat je wel van kunstenaars en culturele instellingen kunt vragen is dat ze, nadat het artistieke product ten volste is ontwikkeld, beter kijken naar de mogelijkheden om deze producten een plek te geven in de samenleving. Je kunt ons vragen beter te kijken naar mogelijke verbindingen met de wereld om ons heen, en op intensievere manieren munt te slaan uit ons werk dan dat we misschien voorheen hebben gedaan.
Maar ook daarbij moeten we ons realiseren dat dit voor sommige gezelschappen en instellingen veel moeilijker is dan voor anderen. Circus Treurdier maakt theater op het grensvlak van amusementskunst en autonome kunst. Voortvloeiend uit onze artistieke ideeën, bedenken we concepten die een eigen kader bieden voor ons eigen werk, zoals bijvoorbeeld Het Eeuwige Nachtcafé, en vanuit daar kijken we hoe we met dat werk op een zo autonoom mogelijke manier onze projecten kunnen financieren. Wij hebben, gezien de aard van ons werk, simpelweg veel meer mogelijkheden om ons ondernemerschap te ontplooien dan andere gezelschappen. Wij hebben mogelijkheden om bij bedrijven te spelen. Wij hebben mogelijkheden om een eigen bar te bestieren, Wij hebben mogelijkheden om op een eigen plek Traandeelhouders te werven. Omdat wij nu eenmaal maken wat wij maken en daarbinnen alle mogelijkheden benutten. Maar dat betekent niet dat iedereen dat op dezelfde manier zou kunnen doen. Dat betekent niet dat er bezuinigd kan worden op ieder gezelschap of iedere kunstinstelling die niet op die manier zijn broek omhoog kan houden. Sommige kunstenaars zijn daar helemaal niet geschikt voor. Dat zou (in het geval van spelen voor bedrijven) een misplaatste overeenkomst zijn, waar beide partijen ongelukkig van zouden worden. Maar dat betekent ook niet dat ze niet zouden moeten bestaan, en het is precies daar waar de overheid om de hoek zou moeten komen kijken. Met een visie op beschaving, als ruggensteun voor dat wat niet door marktwerking overeind kan worden gehouden, maar wel een intrinsieke waarde heeft. Voor de sector zelf, en voor de samenleving. Zij het misschien in de marge, maar dat lijkt me geen argument.

Ik ben heel blij dat we met onze snoet op de vaderlandse televisie zijn gekomen,
maar televisie is niet gemaakt voor de nuance.
Hopelijk u wel.

Thomas Spijkerman.
– artistiek leider Circus Treurdier.